Agressie voorkomen

Als we weten hoe agressie ontstaat, kunnen we ook proberen agressie zoveel mogelijk te voorkomen. Er zijn allerlei factoren die daarbij een rol kunnen spelen.

Zorgvuldig fokken en goede selectie van ouderdieren

Gedrag is deels erfelijk. Dat betekent dat de aanleg voor meer dan gemiddeld agressief gedrag al bij de geboorte aanwezig kan zijn. Bovendien kan het gedrag van de moeder via leergedrag door de pups worden overgenomen. Daarom is het erg belangrijk dat er alleen gefokt wordt met ouderdieren die vriendelijk, sociaal en stabiel gedrag vertonen. Hier ligt een belangrijke taak voor fokkers bij het terugdringen van bijtincidenten.

Wie een pup aanschaft, kan dus het beste kiezen voor een pup van bekende ouderdieren. Bekijk ook altijd het gedrag van de moederhond, die bij het nest hoort te zijn.

Voor een aantal ‘stoere’ rassen is het bovendien extra aan te raden een hond met stamboom te kiezen: omdat bij die rassen de ouders  een verplichte gedragstest moet doen voor er gefokt mag worden of omdat dit in het verleden al tot vermindering van agressie heeft geleid, geeft een stamboom bij die rassen meer zekerheid over goed gedrag. Dat geldt momenteel voor de American Staffordshire Terriër, de Argentijnse dog, de Fila Brasileiro, de Rottweiler en de Mastino Napolitano. Zie ook de website van de Raad van Beheer.

Lees hierover ook het onderdeel over ‘Hoog-risico honden'.

Het juiste type hond kiezen

Agressie kan voortkomen uit stress, frustratie of verveling. Een hond die bijvoorbeeld zijn energie niet kwijt kan of ‘niet goed in zijn vel zit’, kan eerder geprikkeld zijn en probleemgedrag gaan vertonen. Honden moeten daarom de mogelijkheid krijgen om hun behoeften te vervullen. Die behoeften verschillen per hond en per ras of type. Wie een hond aanschaft, moet weten wat die hond nodig heeft en of dat in zijn of haar situatie past. Lees hier meer over bij ‘Aanschaf’.

Daarnaast moet een eigenaar een karakter hebben dat bij het karakter van de hond past en zijn of haar hond ook fysiek onder controle kunnen houden. Voor sommige rassen en typen is het belangrijk dat men al ervaring heeft opgedaan met honden en kennis heeft van hondengedrag.

Het zoeken naar de juiste match van eigenaar, situatie en type hond is dus belangrijk om problemen te voorkomen. Hier ligt een rol voor zowel de nieuwe eigenaar, die zich goed moet oriënteren, als voor de fokker of het asiel bij het plaatsen van honden.

Socialisatie

Jonge pups staan open voor nieuwe ervaringen en kunnen snel leren om goed met vreemde, nieuwe dingen om te gaan. Ze moeten daarom kennismaken met allerlei verschillende mensen en dieren en ook met bijvoorbeeld geluiden, huishoudelijke zaken of verkeer. Dit noemen we socialisatie. Goede socialisatie is een belangrijke basis om later geen angst of agressie te gaan vertonen.

Socialisatie moet al bij de fokker beginnen. Het is daarom essentieel dat de pups al in het nest verschillende mensen en kinderen zien en leren omgaan met andere honden en verschillende nieuwe zaken. Dat gaat aanzienlijk gemakkelijker als het nest in huis opgroeit en daardoor automatisch al in aanraking komt met huishoudelijke geluiden en apparaten en met bezoek. Ook hierbij is de rol van de fokker dus van groot belang.

Bovendien is de socialisatie nog lang niet klaar bij de aanschaf van een pup. De nieuwe eigenaar zal daar nog zeker een half jaar, liefst langer, mee door moeten gaan en dit goed moeten begeleiden.

Daarbij is het vooral belangrijk dat de ervaringen die de pup opdoet, positief zijn! Als de pup negatieve ervaringen opdoet met andere honden of met mensen dan zal hij later juist eerder agressie gaan vertonen.

Bovendien moet men bij de socialisatie rekening houden met het type of ras en het karakter van het individu.

Opvoeding en leiding geven

Een goede opvoeding is nodig om te zorgen dat een hond kan meedraaien in de maatschappij zonder problemen te geven. Opvoeding bestaat vooral uit het aanleren van gedragsregels: wat mag wel, wat mag niet?

Daarnaast is het om controle te hebben over de hond belangrijk om een aantal commando’s aan te leren en om duidelijk leiding te geven. Daarvoor moet een eigenaar vooral consequent zijn en rustig maar zelfverzekerd aangeven wat hij van de hond verwacht.

Begrijpen wat een hond wil zeggen

Honden geven vaak al via lichaamstaal aan dat ze een situatie niet prettig vinden. Door daar goed op te reageren kan men bijtincidenten voorkomen, want heel vaak ontstaan bijtincidenten door misverstanden. Dat betekent dat mensen de lichaamstaal van de hond moeten leren kennen. Zowel voor eigenaars als voor mensen zonder hond kan dat risico’s verkleinen, want iedereen komt wel eens honden tegen. Meer over de taal van de hond leest u bij het onderdeel Hondentaal.

Conflicten voorkomen

Probeer situaties te voorkomen waarin een hond het gevoel heeft dat hij zichzelf of iets wat hij in bezit heeft, moet verdedigen. Laat honden die ergens vastgebonden zijn met rust en pak geen speelgoed of voedsel van een onbekende hond af.

Merkt u dat uw eigen hond moeite heeft met bepaalde situaties, probeer die dan anders aan te pakken. Daarnaast kunt u met die situaties gaan trainen om uw hond te leren hoe hij ermee om kan gaan zonder agressie in te zetten.

Heeft u een hond die bang is voor bepaalde mensen of dieren? Bescherm hem dan en zorg dat u de regie in handen houdt. Weet u bijvoorbeeld dat uw hond niet dol is op kinderen en komt er op straat een kind op uw hond af? Ga dan voor uw hond staan en zorg dat het kind er niet bij kan in plaats van af te wachten wat er gebeurt en te hopen dat het goed gaat. Is uw hond bang of terughoudend tegenover vreemden, laat hem dan niet zomaar aaien.

Laat een hond nooit alleen met jongere kinderen, want beide kunnen onverwachte dingen doen waar de ander van schrikt. Heeft u zelf kinderen, leer hen dan de Tien gouden regels.

Hond-hond incidenten voorkomen

Let op met de volgende situaties om problemen tussen honden vóór te zijn:

  • voer/speeltjes en meerdere honden bij elkaar. Dit kan ertoe leiden dat de honden ruzie krijgen om wie de bal, het bot of het voer mag hebben.
  • spel tussen een grote en een kleine hond. De kleine hond kan onder de voet gelopen worden en gewond raken. Als een klein hondje gaat piepen of janken of hard wegrent kan dat voor een grotere hond lijken op een prooi, waardoor ineens prooiagressie kan ontstaan.
  • wild spel of ontmoetingen waarbij een groep honden (twee of meer) achter één hond aan gaat rennen. Dit kan jachtgedrag aanwakkeren, zeker als de enkele hond klein is en/of jankt, piept of hard wegrent.

Loopt uw hond los en komt er een aangelijnde hond aan, roep dan uw hond bij u en lijn hem eventueel aan. Kan uw hond niet goed met andere honden overweg, houdt dan afstand van andere honden en ga niet in een losloopgebied wandelen als u de hond niet onder controle heeft. Gebruik eventueel een muilkorf.

Laat honden niet met elkaar spelen als ze aangelijnd zijn. Als de lijnen in elkaar draaien kunnen ze niet meer bij elkaar weg komen en dan kan het fout gaan.

Laat uw hond het liefst spelen met andere honden die op dezelfde manier spelen. Verschillende honden hebben verschillende spelstijlen die niet altijd goed combineren. Meer daarover leest u op de website van de Hondenbescherming.

Maak uw hond vast als u ziet dat hij een andere hond aanstaart (fixeert) en moeilijk af te leiden is. Dat kan leiden tot prooivang-gedrag of het uitlokken van een gevecht.