Nederlandse wetgeving

De Nederlandse wetgeving kent een aantal mogelijkheden om op te treden tegen (eigenaren van) honden die agressief zijn en/of betrokken zijn geweest bij een bijtincident.

In Nederland is op dit moment geen wetgeving voor bepaalde hondenrassen. Van 1993 tot 2008 is de RAD (Regeling Agressieve Dieren) van kracht geweest. Het streven daarvan was er met een fok- en houdverbod voor te zorgen dat honden van het type Pitbull zouden uitsterven. Bij evaluatie bleek echter dat het aantal bijtincidenten daardoor niet verminderd was, en daarom is de regeling afgeschaft.

In februari 2017 heeft de Raad voor Dieraangelegenheden in het rapport ‘Hondenbeten aan de kaak gesteld’ geadviseerd om houderijvoorschriften te verbinden aan het houden van zogeheten ‘hoog-risico honden’. Daarmee bedoelt men hondenrassen, kruisingen en lookalikes die volgens het rapport “ernstig letsel kunnen toebrengen. Dit komt door hun bijtgedrag (lage aanvalsdrempel, niet waarschuwen, niet loslaten, schudden) in combinatie met hun bijtkracht (kaakopbouw, formaat, spieren)”. Naar aanleiding van dit rapport is er een lijst gepubliceerd met hoog-risicohonden. Eigenaren van zo'n hond moeten in de toekomst verplicht op cursus.

Landelijke wetgeving: het strafrecht

Een bijtincident kan allereerst strafrechtelijk afgehandeld worden in het geval van ernstige bijtincidenten. De sancties bestaan uit geldboetes en gevangenisstraf. In artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht wordt aangegeven dat strafbaar is:

 ‘Hij die een dier op een mens aanhitst of een onder zijn hoede staand dier, wanneer het een mens aanvalt, niet terughoudt’ en ‘hij die geen voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier’.

Honden die een mens of een dier hebben gebeten, kunnen in beslag worden genomen en eventueel worden onderworpen aan een risico-assessment door een door RVO aangewezen partij. Bij dit assessment wordt bij het vaststellen van het risico van vermeende gevaarlijke honden gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen, waaronder een gedragstest.

Als uit het assessment blijkt dat het risico op nieuwe bijtincidenten groot is, kan het advies zijn om de hond alleen onder bepaalde voorwaarden aan de eigenaar terug te geven of in extreme gevallen de hond te laten inslapen. Voorwaarden kunnen bijvoorbeeld zijn aanlijnen en muilkorven, het volgen van een cursus en/of het beveiligen van huis en tuin tegen uitbraken van de hond. De rechter heeft uiteindelijk het laatste woord, het advies dat uit het risico-assessment volgt hoeft door de rechter in een eventuele juridische procedure niet te worden opgevolgd. De eigenaar van de hond kan tegen de uitspraak van de rechter in beroep gaan.

Als een hond een ander dier heeft doodgebeten of ernstig verwond heeft, kan men kort na het incident aangifte doen en kan tegen de eigenaar van de hond worden opgetreden. De hond kan in beslag worden genomen als er vrees bestaat voor herhaling of wanneer er onrust in de buurt is omdat bewoners een hond gevaarlijk vinden.

Plaatselijke wetgeving: bestuursrecht op grond van de APV

Behalve strafrechtelijk is er ook een mogelijkheid om bestuursrechtelijk op te treden. Gemeenten hebben in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regels vastgelegd met betrekking tot het houden van honden in de openbare ruimte. Hondeneigenaren die zich niet aan deze regels houden, kunnen rekenen op een boete of dwangsom.

Als er sprake is van aantasting van de openbare orde en veiligheid, kan de burgemeester, of diens wethouder, ook overgaan tot het opleggen van maatregelen (bestuursrechtelijke procedure).

Zo kan de gemeente c.q. de burgemeester op grond van de APV aan de eigenaar van een gevaarlijke hond o.a. een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor die hond (artikel 2:59 ‘Gevaarlijke honden’ van de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Als de eigenaar zich hier niet aan houdt, kan de burgemeester de hond in beslag laten nemen op grond van artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet. Daarna kan een soortgelijk traject worden doorlopen als bij overtreding van artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht.  Per gemeente kan de te volgen procedure echter verschillen.

Verschillende gedragstesten

Bij het testen van honden kunnen verschillende gedragstesten gebruikt worden, afhankelijk van het doel en de instantie die de test laat doen.

De MAG test is een gedragstest voor honden. MAG staat voor Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag. In deze test wordt bijvoorbeeld gekeken hoe een hond reageert op naderende onbekenden, kinderen, vreemde voorwerpen en geluiden. De MAG test volgt een standaard protocol en is gevalideerd, zodat uitslagen goed vergelijkbaar zijn en een hoge betrouwbaarheid hebben. De MAG test is gebruikt voor het testen van ouderdieren voor de fok om overmatige angst en agressie uit te selecteren. Bij een aantal rassen is dit verplicht om een stamboom te kunnen krijgen voor de pups.

De TOP test is afgeleid van de MAG test. TOP staat voor Testen Op Persoonlijkheid. De test meet eigenschappen zoals mensgerichtheid of herstel na schrik. Deze test kan gebruikt worden om inzicht te krijgen in het karakter en gedrag van een hond, zowel door gemeenten als door particulieren.

Bij het strafrechtelijke risico-assessment wordt gebruik gemaakt van een speciaal hiervoor ontwikkelde gedragstest. Deze is gebaseerd op gevalideerde testen waar wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is.